Columns

Zwaleman | Bandje

  Column

Het is deze week 42 jaar geleden. 3 juli 1966, een zondagmiddag. Ik weet die datum nog zo precies, omdat ik een dagboek bijhield. Iets wat in die jaren wel meer veertienjarige pubers deden.

Het was mooi weer, maar desondanks zat ik met mijn vrienden Henk, Han en Rudi maar wat te chillen. (Een woord dat we toen trouwens nog niet kenden) Voor buiten spelen waren we immers al te groot en een cafetariabezoek zat er gezien de hoogte van ons zakgeld niet in. Dus hingen we een beetje in ons 'hok', de logeerkamer bij mijn vriend Henk thuis. Zijn moeder voorzag ons van chips en cola en een klein bandrecordertje (de opbrengst van twee weken vakantiewerk) zorgde voor muziek. Ik doe mijn ogen dicht en beleef het zomaar opnieuw: Het nummer Dandy, waarmee The Kinks op dat moment een dikke hit hadden. Henk die op de koude kachel een beetje mee drumt, Han die luchtgitaar speelt. Op zeker moment oppert iemand (was ik dat?): "Zullen we een band beginnen?"

Het klinkt als het begin van een succes-story. Maar helaas, een succes is ons bandje nooit echt geworden. Dat lag voornamelijk aan de moeizame start. En ach, misschien ook wel een beetje aan ons talent. Of beter gezegd het gebrek daaraan. Han en Henk waren de enigen die – dankzij hun accordeonlessen - noten konden lezen. Dat was mij ondanks een verplicht jaar muziekschool (met veel spijbelen!) nooit echt goed gelukt. En Rudi, ach die kwam zelfs bij het opnoemen van de toonladder niet verder dan do-re-mi. Bovendien bezaten we geen instrumenten. Laat staan versterkers en luidsprekers.

Maar ach, wat je nog niet kunt kun je leren, was ons motto. En wat je niet hebt kun je maken. Inderdaad speelde Han een jaar later al een beetje gitaar (Dandy was het eerste nummer dat-ie zichzelf aanleerde), kon Henk zich aardig redden op het drumstel dat hij voor zijn verjaardag had gekregen en plukte Rudi enthousiast en soms zelfs acceptabel aan de snaren van een zelfgemaakte basgitaar. En hadden we dankzij in de familie bij elkaar gebedelde oude radio's ook het technisch gedeelte aardig voor elkaar. Dat wil zeggen: het klonk het best hard. Niet goed.

Zelf speelde ik geen instrument en de kans dat ik dat ooit zou leren was nihil. Dus werd ik tot zanger gebombardeerd. Een betiteling die eigenlijk een belediging was voor iedereen die wél kon zingen. Maar ik kon aardig hupsen en springen op het podium en bij de meisjes deed ik het goed. Daarom werd ik door mijn vrienden gedoogd, neem ik aan.

In het eerste jaar van ons in totaal vijfjarig bestaan moesten we alles nog leren. En omdat het ons niet ontbrak aan zelfkennis was dat ook terug te vinden in de naam van de band: Expi rythm-and-bluesgroup The Louts luidde die voluit. Waarbij expi stond voor experimenteel. Een vriendelijke manier om te zeggen: We kunnen er nog niks van….

Na een paar jaar alleen maar repeteren ging het langzamerhand beter. De band heette inmiddels Second Crew en was uitgebreid met Peter. Die niet alleen talent, maar ook een professionele geluidsinstallatie bezat. In menig jeugdhonk in de Achterhoek en Twente hebben we nog opgetreden. Maar tot grote beroemdheid kwam het nooit. En rijk werden we al helemaal niet van de muziek. Vandaar dat ik nog steeds stukkies schrijf in deze weekkrant.

Meer berichten