Foto:

Zwaleman | Nachtzwaluw (2)

Nachtzwaluw (2)

Vorige week vertelde ik in deze column over mijn onverwachte ontmoeting met de nachtzwaluw. Die uiterst zeldzame vogel met zijn rare vlieggedrag en vreemde geluid. Die je alleen tegenkomt als het bijna donker is, omdat ie zich dan pas laat zien.
Wat ik toen niet vertelde is, dat de nachtzwaluw ook onder een andere naam bekend staat. Hij wordt ook wel geitenmelker genoemd. Een bijnaam die hij kreeg, omdat de mensen dachten dat de vogel 's nachts stiekem boerenschuren binnenvloog en daar melk dronk uit de spenen van geiten en schapen. Een bijgeloof dat al bestond bij de oude Grieken en nog tot ver in de negentiende eeuw in stand is gebleven.
In onze ogen is dat natuurlijk een nogal onwaarschijnlijk verhaal, maar het is wel iets dat zelfs de Griekse filosoof en wetenschapper Aristoteles, toch niet de eerste de beste, al geloofde.
Ook Plinius de Oudere, een Romeinse wetenschapper uit de eerste eeuw na Christus, ging er van uit dat de nachtzwaluw leefde op geitenmelk. Zelfs onze eigen Cornelius Nozeman, de eerste Nederlandse vogel-wetenschapper, haalde in zijn publicaties Plinius en Aristoteles nog aan. Al had die al wel zo zijn twijfels.
"Gelyk Plinius uit Aristoteles het vertelsel heeft overgenomen, dat deeze Vogel de Geitenspeenen aenpakt en 'er melk uit zuigt, waer door de geiten blind worden, en haere jadders versterven, zoo heeft men op dit gezag den ouden naem van Geitenmelker aen ons tegenwoordig Voorwerp gelaeten; ofschoon de waerheid der reden van zulk eene benaeminge den onderzoekeren niet zy gebleeken…'
Nozeman vindt daarom de naam Geitenmelker niet op z'n plaats. Hij zou de vogel liever Dagslaep noemen, omdat het diertje zich schuil houdt zolang het licht is en in het donker op insecten jaagt. 'Waer mede hij aenhoudt tot in den morgenstond', aldus deze geleerde uit de achttiende eeuw.
Blijkbaar is het Nozeman dus al opgevallen, dat de nachtzwaluw niet van melk leeft. In ieder geval niet van melk alleen.
En inderdaad, de nachtzwaluw of geitenmelker is net als de 'gewone' zwaluw een insecteneter en -jager. Op de heidegronden, waar hij het liefst verblijft, zijn dat vooral kevers en nachtvlinders. Maar de vogel is ook dol op vliegen. En waar vindt hij die? Juist, in de geitenstallen en schaapskooien die vroeger vaak vlakbij of zelfs midden op de heide stonden. Hoe meer keutels de dieren 's nachts produceerden, des te meer vliegen waren er te vinden. Zo'n stal of schaapskooi was dus een culinair paradijsje voor de vogel, hij vloog er vaak naar binnen. Alleen hadden Aristoteles en Plinius niet in de gaten waarom en zadelden ze de vogel dus op met een bijnaam die deze eigenlijk niet verdiende.
Overigens: hoewel Nozeman al zo zijn twijfels had bleef de meerderheid van het volk (dat immers zijn geschriften niet las) er van overtuigd dat de vogel stiekem geitenuiers leeg dronk. Als we een oud verhaal mogen geloven heeft een arme dagloner die in achttiende eeuw in de Aaltense buurtschap De Haart leefde, aan dat bijgeloof zelfs zijn leven te danken. De man molk 's nachts stiekem de geiten in de stal van een rijke scholtenboer. Toen hij per ongeluk een emmer omstootte kwam de boer aanstormen met het geweer in aanslag. De dagloner bootste de roep van de geitenmelker na en werd daardoor niet betrapt. De boer veronderstelde namelijk dat het lawaai door de op melk beluste vogels was veroorzaakt.
Of dit verhaal op waarheid berust durf ik niet te zeggen. Maar dat zoek ik nog wel een keer uit.

Meer berichten
 

Nieuwsoverzicht

Meer berichten