Vrijwilliger Eddy Leemkuil, bewoner Stefan Hassing en beroepskracht David van Bolderen bij het 'moederhuis' van de JOD. Foto: Miriam Szalata
Vrijwilliger Eddy Leemkuil, bewoner Stefan Hassing en beroepskracht David van Bolderen bij het 'moederhuis' van de JOD. Foto: Miriam Szalata

Jongeren Opvang Doetinchem biedt al tien jaar hulp

DOETINCHEM - De stichting Jongeren Opvang Doetinchem (JOD) vangt al tien jaar jongeren op die zijn vastgelopen. Door bijvoorbeeld drank- en drugsgebruik of de huiselijke situatie waren ze thuis in de problemen geraakt. Bij de JOD komen ze op adem en proberen ze hun leven weer op de rails te krijgen.

Door Miriam Szalata

Snel handelen en snel opvangen bij crisis is de kracht van de JOD. Geen gedoe met 'indicaties', zoals bekend uit de zorgwereld. "Dat is een te trage molen voor iemand die acute zorg nodig heeft'', zegt beroepskracht David van Bolderen. "Als er een signaal is dat het niet goed gaat en dat ouders hun kind op straat gaan gooien, dan volgt er een telefoontje naar ons van de politie, de reclassering, een buurtcoach of een hulpverlener met de vraag of we plek kunnen bieden. Een deel van de jongeren meldt zich zelf aan.''

Moederhuis
In de 'eerste fase' van de opvang komen de jongeren terecht in het 'moederhuis' van de JOD, aan de Spoorstraat. Het huis ligt een eind van de weg af naast een parkje en is een oase van rust. Een plek waar de jongere eerst even kan bijkomen van de situatie waar hij uitkomt. Tegelijkertijd kijken de hulpverleners naar welke basisvaardigheden de jongere heeft: lukt het om ergens op tijd te komen, houdt hij zich aan de afspraken, voert hij zijn corveetaken uit? "Alles wat bij het reguliere leven ook hoort'', zegt Van Bolderen.
"We kijken ook naar de financiën. Is er recht op een uitkering of studiefinanciering? Is er sprake van werk of studie? Dat soort onderzoeken. We helpen iemand zijn situatie op orde te krijgen. Die eerste fase duurt anderhalve maand tot maximaal negen maanden.''

In het 'moederhuis' wonen vijf jongeren in de leeftijd van 18 tot 28 jaar. Vanuit het 'moederhuis' stroomt de jongere in de regel door naar het Fase 2-huis, waar ze met z'n drieën wonen. "Ze zijn een stuk meer op zichzelf aangewezen, moeten meer zelf regelen, hun maaltijden verzorgen en huishoudelijke taken doen. Maar er is wel een vangnet: wij zijn zeven dagen per week 24 uur per dag bereikbaar.'' Fase 2 kan zes tot negen maanden duren. In die tijd leert de jongere zelfstandig te worden en zich voor te bereiden op het 'uitvliegen'.

Dan is het zo ver. De JOD heeft de beschikking over drie convenantwoningen van woningcorporatie Sité. De jongere schrijft zich in op het adres en betaalt de huur. In eerste instantie aan de JOD dat het geld doorbetaalt aan de woningcorporatie. "Als over een jaar blijkt dat het goed gaat, dan is de woning van de jongere'', zegt Van Bolderen.
Afgelopen jaar zijn zo'n 25 jongeren opgevangen. Niet iedereen heeft baat bij de JOD, geeft Van Bolderen aan. "Als er sprake is van zwaardere problematiek en het niet veilig is voor andere bewoners, schakelen we zo snel mogelijk andere hulp in.''

De JOD is er voor jongeren uit alle acht Achterhoekse gemeenten, maar de meesten komen uit Doetinchem en Oude IJsselstreek. "We zitten echt vlak naast Oude IJsselstreek. Voor jongeren is de stap om naar Doetinchem te verhuizen niet zo groot'', meent Van Bolderen. "Dat is anders voor bijvoorbeeld Aalten en Winterswijk.''

In totaal kan de JOD elf jongeren tegelijkertijd opvangen: vijf in het moederhuis, drie in het fase 2-huis en drie in de convenantwoningen. De plekken zijn altijd bezet. De organisatie bestaat - naast de vier beroepskrachten - grotendeels uit vrijwilligers. De financiering loopt via de gemeente Doetinchem.

Staatssecretaris
Er is volgens Van Bolderen in de Achterhoek geen andere organisatie die werkt zoals de JOD. Een paar weken geleden kwam staatssecretaris Blokhuis op uitnodiging van het bestuur van de JOD een kijkje nemen. Hij heeft de meeste bewoners gesproken, het huis bekeken en de werkwijze doorgenomen, zo laat het bestuur weten.
Van Bolderen: "Blokhuis vroeg: als je wat in de hulpverlening kunt veranderen, wat is dan je wens? Ik heb aangegeven dat ik de bureaucratie graag versimpeld zie worden. De hulpverlening moet nu heel erg protocollen nalopen, dat gaat ten koste van de intensieve zorg.''

Stefan Hassing is een van de bewoners in het moederhuis van de JOD. "Ik ben hier vroeger, een jaar of acht geleden, heel even geweest. Maar toen ging het al gauw goed met me. Nu was dat anders. Het raakte uit met mijn relatie en ik kon niet zo snel onderdak vinden. Ik had het financieel ook niet op een rijtje en schulden bij de overheid. Mijn brieven maakte ik niet meer open.''
Nu hij bij de JOD zit, gaat het beter met hem. Vrijwilliger Eddy Leemkuil begeleidt hem. "Stefan is in vier maanden tijd gegroeid'', zegt Leemkuil. "Toen hij hier kwam zat er veel onrust in hem die hij niet de baas kon. We hebben ook zijn schulden in kaart gebracht en opgelost. Het idee is nu dat hij doorstroomt naar een convenantwoning. De fase 2-woning kan hij overslaan.''
Hassing: "Ik was boos, opgefokt en onzeker. Nu los ik problemen anders op. Ik ga praten met mensen.'' De begeleiding vanuit de JOD voelt voor Hassing 'hartstikke fijn'. "Als er wat is, kun je altijd bellen. Ze zijn er ook.''

Meer berichten