Boek over SS-lab in Doetinchem

DOETINCHEM - Het is een boek waard, vond auteur Karel Berkhuysen: de gebeurtenissen rond een belangrijk natuurkundig laboratorium, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog een aantal maanden was ondergebracht in een Doetinchems schoolgebouw. De begaafde Duitse SS-fysicus dr. Alfred Richard Boettcher vervolgde daar het onderzoek waaraan hij eerder in Leiden had gewerkt. Na jarenlang onderzoeken en schijven heeft Berkhuysen zijn boek 'Het Lab' eindelijk klaar. Op woensdag 24 oktober zal burgemeester Mark Boumans het eerste exemplaar in ontvangst nemen. Dat gebeurt op een bijeenkomst, die vanaf 20.00 uur wordt gehouden in het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers aan de IJsselkade in Doetinchem.

Op het Kamerlingh Onnes Laboratorium in Leiden en het Natuurkundig Laboratorium van de Vrije Universiteit van Amsterdam werd tijdens de Tweede Wereldoorlog belangrijk natuurkundig onderzoek gedaan. Dat gebeurde met unieke apparatuur. Een groot deel daarvan werd in de zomer van 1944 door de Duitsers gevorderd en verhuisd naar Doetinchem. SS-fysicus dr. Boettcher richtte daarmee in een schoolgebouw een eigen laboratorium in, waar hij met zeven assistenten zijn wetenschappelijke onderzoeken voortzette. Het gebouw werd vanuit een naastgelegen woning door het Doetinchemse verzet nauwlettend in de gaten gehouden. De informatie hierover werd via geheime telefoonverbindingen doorgegeven aan Londen. In Leiden had Boettcher de aan het Kamerlingh Onnes Laboratorium verbonden drs. Jacob Kistemaker leren kennen die samen met drie andere Nederlandse wetenschappers in Parijs ook voor de Duitse spionageorganisatie Cellastic werkte.
Toen in september 1944 de snel oprukkende geallieerden voet op Nederlandse bodem zetten, bracht Boettcher de laboratoriumapparatuur vanuit Doetinchem in allerijl per trein naar Duitsland. Ook slaagde hij erin om een dag voordat de geallieerden Eindhoven binnentrokken, daar het Philips Natuurkundig Laboratorium leeg te halen. Daarna werkte hij in laboratoria in Duitsland met de Nederlandse apparatuur verder aan zijn onderzoeken.
Hoewel hij zijn laboratorium in de Doetinchemse school naar Duitsland had verplaatst, werd dat schoolgebouw enkele maanden later, kort voor de bevrijding van de stad, door een Brits luchtbombardement met de grond gelijk gemaakt. De grote vraag voor het Doetinchemse verzet was waarom dat toen pas gebeurde. Een gebouw dat nota bene in gebruik was als noodziekenhuis zodat het bombardement vele slachtoffers eiste.
Na de oorlog werd Boettcher een vooraanstaand kernfysicus in West-Duitsland, een land dat weliswaar niet over kernwapens mocht beschikken maar wel volop kennis en atoomaspiraties had. En Kistemaker groeide uit tot een wereldberoemde wetenschapper die aan de basis stond van de ultracentrifuge, het proces om uranium te verrijken; essentieel voor kernenergie en de fabricage van kernwapens. Hierdoor zouden Boettcher en Kistemaker elkaar opnieuw ontmoeten.

Meer berichten